Kinderen ontwikkelen spelenderwijs hun zintuigen en motoriek. Dit gaat bijna ongemerkt, maar bij sommige kinderen duurt dit wat langer of wijkt de ontwikkeling af van wat gebruikelijk is. Door bijvoorbeeld een aandoening aan de zintuigen, het zenuwstelsel of het houdings- en bewegingsapparaat kan er te weinig motorische ervaring opgedaan worden. Het kind moet leren met minder mogelijkheden zo optimaal mogelijk te bewegen.
Bij elke leeftijd horen bepaalde motorische vaardigheden die je onder de knie moet krijgen. Soms is het nodig om daar wat hulp bij te krijgen.
Een kind kan bijvoorbeeld moeite hebben met spelen op het schoolplein of kan tijdens de gymles niet meekomen met leeftijdsgenootjes. Het kan ook angstig zijn om te bewegen. Of een kind kan motorisch onhandig zijn, houterig bewegen, vaak zijn evenwicht verliezen en veel dingen laten vallen. Soms maakt een kind veel bijbewegingen, heeft het moeite met stilzitten, met schrijven of om het tempo van de klas bij te houden.
Bewegingsproblemen kunnen veel invloed hebben op het welbevinden van een kind en op het functioneren in een groep.
Behandeling.
Aan de hand van de aard en omvang van de klacht of de hulpvraag wordt een behandelplan opgesteld. Functionele aspecten spelen een centrale rol.
Het doel van de behandeling is dat het kind beter functioneert zowel fysiek als in zijn sociale omgeving. De behandeling is gericht op het vergroten van de motorische ontwikkelingsmogelijkheden van het kind.
Oefenmateriaal lokt bepaalde motorische reacties uit en is bedoeld om het plezier in bewegen vergroten.
Ook worden er adviezen gegeven voor thuis en op school zodat ouders en verzorgers (spelenderwijs) de activiteiten in het dagelijks leven kunnen toepassen.
Meer info zie: nvfk.nl
|